23.1.12

Hond

Gewone Nieuw-Zeelandse hond.
Zoals bekend heb ik het niet zo op dieren en koester ik een bijzondere afkeer jegens de hond, de spatader in de mooie kuiten van de schepping. Nou niet allemaal gaan mailen en zeuren, ik weet uit ervaring dat alleen al zo’n onschuldige opmerking bij menige dierenliefhebber een aanval van razernij teweeg kan brengen, al zijn we dan wel weer meteen waar ik wezen wil: zo baasje, zo hond – en in dat opzicht blijkt Nieuw-Zeeland er treurig voor te staan.
  Afgelopen woensdag werd in Ashburton, 80 km ten zuidwesten van Christchurch, een jongetje van drie bijna doodgebeten door een (even diep ademhalen) ‘doberman-staffordshire-bullterriër’. Zaterdag werd in Rotorua, op het Noordereiland, een meisje van achttien maanden bijna doodgebeten door een kruising tussen een pitbull en een doberman. En gisteren werd in Porirua, ook op het Noordereiland, een meisje van negen bijna doodgebeten door een Amerikaanse bulldog. ‘De hond werd onmiddellijk na het voorval door de politie afgemaakt’, staat er in de krant dan altijd bij. Tja.
  Helaas is het niet zo dat dit een uitzonderlijke opeenstapeling van incidenten is. Dit gebeurt in Nieuw-Zeeland minstens eenmaal per week, en meestal vaker. Negen van de tien keer is een kind het slachtoffer. Acht van de tien keer gaat het bovendien om een familielid, vriend of bekende van het hondenbaasje in kwestie.
  Nog nooit heb ik hier een zinnige discussie horen voeren over het verbieden van bepaalde hondenrassen. Terwijl Nieuw-Zeeland een open laboratorium is waarin ze elke dag met de harde feiten worden geconfronteerd, al die religieus aandoende fanatici die nu graag zouden willen roepen dat het gevaar niet schuilt in de hond, maar in het baasje dat zijn huisdier geen grenzen aanleert. Het gaat vrijwel altijd om een merk hond dat in de rest van de wereld bekendstaat als vechthond. Maar hier in Nieuw-Zeeland doet iedereen graag alsof zijn neus bloedt – en als je niet oppast gebeurt dat ook inderdaad, door toedoen van zo’n bull-achtig onding dat eraan gaat hangen alsof het een brok Chappi is.
  Als ik niet welopgevoed was en van huis uit had meegekregen dat vloeken en schelden je betoog alleen maar zwakker maakt, zou ik graag zeggen: sodemieter op met die kutbeesten. Maar dat doe ik dus niet. Ik zal me in de toekomst blijven verbazen over deze schandalige aaneenschakeling van zogenaamde incidenten en bij elk bijna doodgebeten kind denken: wat vreselijk voor dat kind – maar mooi wél weer een hond minder.