Paniekaankopen in de supermarkten hebben er vandaag toe geleid dat Marmite, in Nieuw-Zeeland razend populair als broodbeleg, vrijwel direct overal uitverkocht raakte. Er wordt al gesproken over een vroeg uitgevallen 1 aprilgrap, de Nieuw-Zeelandse bevolking heeft het over ‘Marmageddon’, en op Twitter groeide het vanochtend direct uit tot trending topic, een van de meest besproken onderwerpen. Maar het belangrijkste is dat de Marmite echt op is. De fabriek heeft de laatste lading vorige week naar de winkels verscheept.
Die fabriek bevindt zich hier in Christchurch en de productie is stil komen te liggen doordat het gebouw door de aanhoudende aardbevingen van de afgelopen anderhalf jaar steeds zwaarder is beschadigd. De oude productieruimte wordt nu ontmanteld en de komende tijd ondergebracht in een deel van de fabriek dat er minder ernstig aan toe is, maar Sanitarium, de fabrikant, heeft nog geen idee hoe lang dat precies kan duren.
In afwachting daarvan wordt de Nieuw-Zeelander geadviseerd uiterst spaarzaam om te gaan met zijn Marmite. Een woordvoerder zei vanochtend dat het verstandig is om het niet elke dag meer op je brood te smeren, maar om de dag. Hij adviseerde ook om het op toast te doen in plaats van op een boterham: op warme toast smeert het makkelijker uit, dus heb je er minder van nodig.
Wat zich vandaag sterk openbaarde, is de afhankelijkheid van veel Nieuw-Zeelanders van hun potje Marmite, het donkerbruine gistextract dat is gemengd met iets wat je waarschijnlijk het best kunt omschrijven als een tot het uiterste ingekookte groentebouillon. Het heeft een beetje de consistentie van hazelnootpasta, maar dan transparant. Op zijn best kun je ervan zeggen dat het een zoute brij is, op zijn slechtst dat zelfs teer beter smaakt.
Het geestige is dat het in Australië en Nieuw-Zeeland zo populair is dat er zelfs een concurrerend merk in de winkels ligt. Dat heet Vegemite. Maar al zou Marmite honderd keer uitverkocht zijn, het is uitgesloten dat een Marmite-liefhebber zijn brood (of eh, zijn toast) besmeert met Vegemite. En andersom. Dat is vloeken in de kerk. Wat in dit verband wel weer een toepasselijke uitdrukking is, want Sanitarium, de fabrikant van Marmite, is eigendom van het kerkgenootschap van de Zevende-dags Adventisten, een club die zuiverheid van lichaam en geest hoog in het vaandel heeft staan. Niet vloeken. En veel Marmite eten.
15.3.12
Spotify
Het ene moment scheid ik alleen maar stukjes af over weer & verkeer, het volgende moment lijkt dit wel een technoblog. Sorry, people. Voor evenwicht ben je bij mij sowieso aan het verkeerde adres.
Deze week verscheen de heuglijke mededeling dat Spotify binnenkort eindelijk zijn intrede zal doen op de Nieuw-Zeelandse markt. We wisten dat het eraan zat te komen sinds het bedrijf afgelopen najaar de zoektocht begon naar mensen die de lancering in Australië en Nieuw-Zeeland tot een succes kunnen maken. Spotify – ik doe maar weer eens alsof ik het uitleg aan mijn moeder; lezers onder de 40 mogen door naar de volgende alinea – is een muziekdienst op internet. Voor een bescheiden bedrag per maand kun je via je computer luisteren naar heel veel muziek. Ik weet het, dat kan op Hilversum 4 ook, maar deze muziek mag je zelf uitkiezen. Er bestaat ook gratis Spotify, maar dan is de geluidskwaliteit minder en krijg je reclame tussendoor. Je kunt je abonnement betalen van het geld dat je uitspaart doordat je minder grammofoonplaten hoeft te kopen.
Nu meteen maar de bekentenis: ik denk niet dat het in Nieuw-Zeeland een groot succes wordt. Ik ga me in elk geval niet abonneren. Als bezitter van een Nederlandse creditcard bestond voor mij al een paar jaar de mogelijkheid om Spotify te nemen. Ik heb dat al die tijd niet gedaan, en ik ga dat ook nu niet doen. Waarom niet?
Dat is heel eenvoudig: internet in Nieuw-Zeeland is er niet goed genoeg voor. Je zou bijna vergeten dat het zo is, maar gelukkig hebben we soms een kritische buitenstaander over de vloer die ons op de feiten kan wijzen. In dit geval gaat het om de Engelse acteur, presentator en gadget-freak Stephen Fry, die in het land is vanwege de opnamen van de film The Hobbit.
Op dag 1 van zijn verblijf schoot Fry via Twitter een jammerklacht naar provider Telecom die er niet om loog. Tjongejonge, wat was dat Nieuw-Zeelandse internet slecht, zeg. Traag als dikke stront – hij kon hier nog niet fatsoenlijk een fotootje uploaden.
Afijn: reden voor alle betrokkenen om de zaak nog eens goed door te lichten. Zelf werd hij meteen gepaaid met allerlei speciale voorzieningen, maar voor ons, modale inwoners van Nieuw-Zeeland, zal het nog wel even behelpen blijven, zoals Fry meteen erkende.
Er is veel mis, maar het voornaamste euvel wordt veroorzaakt door de zegeningen van de vrije markt. De flinterdunne capaciteit van onze breedband-ruggengraat is voor een groot deel uitgehuwelijkt aan de diensten waarvan de providers op korte termijn het rijkst denken te worden. Dat zijn niet de simpele thuisgebruikers zoals wij, maar de televisieboeren van MySky en TiVo.
Televisie binnentrekken via internet is een activiteit die bandbreedte vreet en omdat we maar één netwerk hebben, gaat dat onvermijdelijk ten koste van de snelheid bij de consument. Ik wilde vorige week wat foto’s uploaden bij de HEMA zodat de familie in Nederland printjes zou kunnen afhalen, maar staarde na vier (4) minuten nog naar het traag rondcirkelende tekentje dat hoorde bij de eerste foto. Nog 44 te gaan, en die moest ik stuk voor stuk met de hand uploaden. Heb ik dus maar niet gedaan – overtrekken op rijstpapier, door de kinderen laten inkleuren en opsturen per postduif bleek sneller.
Nu is dit één probleem, maar het gaat hand in hand met een ander rottigheidje: je bent hier met je huishouden gebonden aan een datalimiet. In het begin mochten wij elke maand 20 GB verstoken, maar dat bleek niet toereikend. Via 40 GB zitten we nu op 60 GB per maand. Elke GB die we eroverheen gaan, kost 2 dollar. Een onbeperkt abonnement kost hier onbeperkt geld. Mijn werk gaat met computers en mijn kinderen houden van YouTube – moet ik nog meer zeggen?
Onder de 34 ontwikkelde landen die deel uitmaken van de OESO is dit bezopen systeem verder alleen van toepassing in Canada, IJsland en Australië. Het zou hier helemaal niet hoeven, als de overheid niet had besloten om zich er afzijdig van te houden en het over te laten aan partijen die uitsluitend uit zijn op winst op de korte termijn. Dus de televisieboeren gaan ervandoor met de bandbreedte die, gezien de hoofdprijs die hij ervoor betaalt, eigenlijk toebehoort aan de internetconsument (abonnees van MySky en TiVo zijn voor het televisiekijken niet gebonden aan een limiet).
Nu is hier een paar jaar geleden een plan gepresenteerd dat voorziet in verbetering van de breedband-infrastructuur. De overheid gaat daaraan in eerste instantie 1,5 miljard dollar besteden. In ruil daarvoor neemt ze straks genoegen met een minimum aan zeggenschap over het netwerk dat daarvan het gevolg is. Ook dat laat het kabinet liever over aan de vrije markt; kennelijk hebben de providers de afgelopen vijftien jaar bewezen dat het beheer bij hen in goede handen is. Ik denk dat die zich elke dag weer suf lachen om het paradijs dat Nieuw-Zeeland heet.
Informatie over dit onderwerp heb ik, net als mijn milde ergernis erover, mede ontleend aan dit stuk in de New Zealand Herald.
Televisie binnentrekken via internet is een activiteit die bandbreedte vreet en omdat we maar één netwerk hebben, gaat dat onvermijdelijk ten koste van de snelheid bij de consument. Ik wilde vorige week wat foto’s uploaden bij de HEMA zodat de familie in Nederland printjes zou kunnen afhalen, maar staarde na vier (4) minuten nog naar het traag rondcirkelende tekentje dat hoorde bij de eerste foto. Nog 44 te gaan, en die moest ik stuk voor stuk met de hand uploaden. Heb ik dus maar niet gedaan – overtrekken op rijstpapier, door de kinderen laten inkleuren en opsturen per postduif bleek sneller.
Nu is dit één probleem, maar het gaat hand in hand met een ander rottigheidje: je bent hier met je huishouden gebonden aan een datalimiet. In het begin mochten wij elke maand 20 GB verstoken, maar dat bleek niet toereikend. Via 40 GB zitten we nu op 60 GB per maand. Elke GB die we eroverheen gaan, kost 2 dollar. Een onbeperkt abonnement kost hier onbeperkt geld. Mijn werk gaat met computers en mijn kinderen houden van YouTube – moet ik nog meer zeggen?
Onder de 34 ontwikkelde landen die deel uitmaken van de OESO is dit bezopen systeem verder alleen van toepassing in Canada, IJsland en Australië. Het zou hier helemaal niet hoeven, als de overheid niet had besloten om zich er afzijdig van te houden en het over te laten aan partijen die uitsluitend uit zijn op winst op de korte termijn. Dus de televisieboeren gaan ervandoor met de bandbreedte die, gezien de hoofdprijs die hij ervoor betaalt, eigenlijk toebehoort aan de internetconsument (abonnees van MySky en TiVo zijn voor het televisiekijken niet gebonden aan een limiet).
Nu is hier een paar jaar geleden een plan gepresenteerd dat voorziet in verbetering van de breedband-infrastructuur. De overheid gaat daaraan in eerste instantie 1,5 miljard dollar besteden. In ruil daarvoor neemt ze straks genoegen met een minimum aan zeggenschap over het netwerk dat daarvan het gevolg is. Ook dat laat het kabinet liever over aan de vrije markt; kennelijk hebben de providers de afgelopen vijftien jaar bewezen dat het beheer bij hen in goede handen is. Ik denk dat die zich elke dag weer suf lachen om het paradijs dat Nieuw-Zeeland heet.
Informatie over dit onderwerp heb ik, net als mijn milde ergernis erover, mede ontleend aan dit stuk in de New Zealand Herald.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
