28.5.12

Koning

Mayonaise in Nieuw-Zeeland: $1,38 per 100 gram in de kleinste verpakking, $1,48 per 100 gram in de middelgrote verpakking (in de aanbieding!), $1,58 per 100 gram in de grootverpakking. Tuurlijk!

Buiten Europa is de mayonaise van Best Foods een baken in een zee van kledderige smuts. Je kunt er niet genoeg van in huis hebben. De eerste keer kieperde ik zonder nadenken meteen de grootste pot in mijn karretje. Die bevat 1,29 kg en ik dacht: daar moeten we even mee vooruit kunnen.
  De volgende keer was een van de verpakkingen in de aanbieding (het spul komt ook in potten van 405 en 810 gram), zodat ik me gedwongen voelde wat beter naar de prijs te kijken.
  Ik wist niet wat ik zag. Omgerekend naar 100 gram kostte de pot in de aanbieding altijd nog ruimschoots meer dan de kleinste pot.
  In Nederland, en voor zover ik weet ook in de meeste andere landen op de wereld, geldt de wet: hoe meer je van iets koopt, hoe goedkoper het verhoudingsgewijs wordt.
  Niet in Nieuw-Zeeland.
  Hier denken ze: die meneer is geholpen doordat hij, bij de aanschaf van zo’n grote pot, maar één keer naar de winkel hoeft in plaats van drie keer, dus daar mag die meneer best wat meer voor betalen.
  Ik wilde een keer twee tv-decoders aanschaffen, zodat we op de slaapkamer en in de woonkamer niet per se naar dezelfde zender hoefden te kijken. Er waren net een jaartje tv’s op de markt met ingebouwde decoder en ik had gezien dat het apparaat waar ik mijn zinnen op gezet had, niet langer werd gemaakt.
  Ik ging naar de elektronicawinkel, waar ik me liet uitleggen dat ze nog twee van die ouwe decoders hadden liggen die gebruikt waren als showroommodel. Nieuw kostten ze 249 dollar per stuk. Ik zei: ‘Voor 300 dollar neem ik ze allebei mee.’
  Achter het voorhoofd van de verkoper hoorde ik het knetteren en kraken. Hij pakte een bloknootje, schreef 249 en 249 onder elkaar op, kwam uit op 498 dollar en zei: ‘Maar dat is 200 dollar minder dan wat ze kosten.’
  ‘Je hoeft ze niet in te pakken,’ zei ik. ‘Ik neem ze zo mee, ik betaal contant. Het zijn showroommodellen hè, ze zien er nou niet echt als nieuw uit. Je raakt ze anders aan de straatstenen niet kwijt.’ Dat leek me niet bepaald een wilde gok, iedereen kocht intussen tv’s met ingebouwde decoder of keek naar Sky via de satelliet, waar weer een ander soort decoder voor nodig was.
  Hij verzonk in gepeins. Opeens zei hij: ‘Nee. Dat kan ik niet doen.’
  ‘Voor hoeveel dan wel?’ vroeg ik. Het leven is geven en nemen. Begreep ik zo ook wel.
  ‘Voor 498 dollar,’ zei hij bedachtzaam. ‘Dat is wat ze kosten, hè.’
  Ik dacht weer eens dat ik op een andere planeet was beland. ‘350?’ vroeg ik nog voor de vorm, maar ik wist al dat hij geen cent lager dan 498 zou gaan.
  Hij keek een andere kant op. Hij wilde van me af, merkte ik. Ik was een lastig type. Bah.
  Jazeker, de klant is hier koning, maar: tot de etalageruit. Daarachter bevindt zich het rijk van winkeliers, handelaren en uitbaters die vinden dat je het de koper niet te makkelijk moet maken. En als de klant jouw spullen niet wil kopen op jouw voorwaarden, dan tieft hij maar lekker op naar iemand anders.
  Nog één voorbeeldje doen? Kijk naar het plaatje hieronder, een fragment uit het menu van een restaurant hier vlakbij. Afhaalpizza’s kosten 2 dollar meer (MEER! Niet minder, maar M E E R !) dan precies dezelfde pizza’s die je binnen opeet, met borden en bestek en bediening en verlichting en verwarming en alles.
  ‘Waarom is dat eigenlijk?’ vroeg ik een keer.
  ‘Nou,’ zei het meisje achter de kassa, ‘als iemand ze thuis wil opeten, dan doen we er een doosje omheen. Dat is allemaal extra werk, hè.’
  O, heerlijk land.
Pizza meenemen? Dat kan, in Nieuw-Zeeland. Dat is dan 2 dollar extra, alstublieft. Logisch!

25.5.12

Patroon

Ja, dat was er weer eentje. Om 14.44 uur vanmiddag kwam er een pittige naschok voorbij, ergens tussen de 5,2 en de 5,5 op de schaal van Richter. Als je kijkt naar de energie die per etmaal is vrijgekomen sinds het gedonder op 4 september 2010 begon, hebben we vandaag op zes na de hevigste dag. De laatste twee daarvan, afgelopen december, hebben wij gemist omdat we toen in Nederland zaten.
  Deze viel eigenlijk wel mee, al bleef hij lang doorrollen – na een minuut of vijf had ik nog steeds het idee dat ik in een bootje zat. Verder was er een huilende hond in de buurt die maar niet ophield.
  Oudste zoon T (bijna 13) was in de schoolhal en kreeg er naar eigen zeggen niet veel van mee. Omdat de schooldag toch ongeveer voorbij was, mocht hij alvast naar huis. Jongste zoon W (10) vertelde dat de kinderen die in een klas zaten, zich allemaal zoals gewoonlijk moesten verzamelen op het sportveld. Hij vertelde het op de verveelde toon van de routinier.
  Dus. Nou ja. Via Twitter (hashtag: #eqnz) heb ik alweer de vreemdste theorieën gelezen, waarvan de strekking zoals gewoonlijk luidt dat ons binnen afzienbare tijd iets nog veel zwaarders te wachten staat. Tja. Het patroon tot nu toe is dat we zo ongeveer om de zes maanden (soms vier, zoals tussen 22 februari en 13 juni vorig jaar) iets zwaars om onze oren krijgen dat wordt voorafgegaan door een lange, rustige periode. Een aardbeving van meer dan 5 was, na zo’n tijdje rust, inderdaad altijd de aankondiging van iets zwaarders.
  Het blijft toch koffiedik kijken. De afgelopen week was het onrustig, vergeleken met de maanden ervoor. Misschien komt vannacht of morgen of volgende week iets hevigers voorbij, misschien was die van vandaag het hoogtepuntje in onze langzaam aflopende reeks. Want één ding is zeker: het houdt een keer op.

21.5.12

Nipple

De netballrevolutie in beeld. Rechts de aanvalster van Melbourne Vixens, links de verdedigsters van Northern Mystics. Skitterend geblokt!
Mijn Nieuw-Zeelandse schoonzus liet zich een keer ontvallen, jaren geleden, dat ze deed aan ‘nipple’. Nipple? Tepel? Wat was dit nu weer? Ik liet me niet gek maken, hield mijn mond en verheugde me op de dag waarop haar opwindende geheim zich vanzelf aan mij zou openbaren.
  Zover was het toen ik bij de schoonfamilie werd geconfronteerd met een aantal foto’s waarop een team was vereeuwigd van vrouwen die stuk voor stuk beschikten over een (meestal blonde) paardenstaart. Mijn schoonzus stond er ook tussen. Ze waren gehuld in sporttenue, dus het zou ongetwijfeld iets te maken hebben met, nou ja – volleybal dacht ik, of basketbal, gezien de bepaald niet kinderachtige lengte van sommige vrouwen.
  Ik raakte verdiept in de foto’s, die in een nette rij naast de keukendeur waren opgehangen, en hoorde ergens vaag op de achtergrond mijn schoonzus zeggen: ‘En dit was dus toen we met nipple...’
  De rest hoorde ik al niet meer. Nipple! Dit had iets met nipple te maken. Wauw.
  Ik keek nog een keer naar de vrouwen in hun sporttenue en probeerde iets te ontdekken dat er niet was, totdat mijn oog viel op de sierletters onder aan de foto. ‘Netball competition’, las ik, met wat jaartallen en een afdelingsnummer erachter. Opeens viel het kwartje.
  Het was geen ‘nipple’, maar ‘netball’.
  Uitgesproken op zijn Nieuw-Zeelands.
  Lang verhaal kort: netball is een soort korfbal met een basketbalnetje. Het wordt gespeeld door vrouwen en het vervult hier de rol die hockey vanouds had in Nederland, namelijk die van kaksport. En wat Nederland en België zijn voor het korfbal, zijn Nieuw-Zeeland en Australië – in dezelfde volgorde – voor het netball.
  Bijna drie jaar lang, sinds ik met dit blog begon, heb ik verbeten zitten wachten op een goed moment om iets te schrijven over netball. Dat moment diende zich gisteren aan. De Nieuw-Zeelandse Northern Mystics ontketenden in Australië, tijdens de uitwedstrijd tegen Melbourne Vixens, een revolutie waar de media sindsdien bol van staan.
  Wat is er gebeurd?
  Tijdens een fase in de wedstrijd waarin de Vixens aansluiting leken te vinden, werd een doelpoging (heet dat zo?) van een van de Australische aanvalsters geblokt (heet dat zo?) door een Nieuw-Zeelandse verdedigster, die bij de bal kon doordat ze – en nu komt het – Opgetild Werd Door Een Medespeelster. Hieronder de nu al legendarische beelden.
  De coach van de tegenstanders protesteerde luid, de zaal stond op zijn kop, commentatoren vielen bijkans in katzwijm (heet dat zo?), en zelfs een kind kon zien dat hier netballgeschiedenis werd geschreven.
  De spelregels verbieden het niet. Na de wedstrijd bekenden de Mystics dat ze hier maanden op hadden getraind. Het is geen wonder dat de manoeuvre uitgerekend in Nieuw-Zeeland is ontwikkeld, schreven de kranten, want het optillen van een medespeler is een cruciaal element van het rugby bij het onderscheppen van de bal tijdens een line-out (zeg maar: een inworp).
  Ik geniet van de naweeën, maar word intussen nog wel geplaagd door wat onzekerheden. Om te beginnen: dit lijkt me zo simpel dat ik me werkelijk niet kan voorstellen dat nooit iemand het eerder heeft bedacht. Maar goed, dat zeiden ze ook van het wiel. Verder: was er geen beter moment geweest om het voor het eerst uit te voeren? Weliswaar werd het bestempeld als een cruciaal moment in de wedstrijd, maar tjongejonge, het eindsignaal was in zicht, de Mystics stonden voor met 46-40. Bewaar zoiets lekker voor de WK-finale, denk ik dan, als je in de laatste minuut leidt met 50-49. Nu gaat iedereen studeren op het trucje.
  Toch is het fijn om getuige te zijn geweest van een revolutie in het netball. Of, zoals ze hier in Nieuw-Zeeland altijd zeggen, een ‘nipple revolution’.