![]() |
| Mayonaise in Nieuw-Zeeland: $1,38 per 100 gram in de kleinste verpakking, $1,48 per 100 gram in de middelgrote verpakking (in de aanbieding!), $1,58 per 100 gram in de grootverpakking. Tuurlijk! |
Buiten Europa is de mayonaise van Best Foods een baken in een zee van kledderige smuts. Je kunt er niet genoeg van in huis hebben. De eerste keer kieperde ik zonder nadenken meteen de grootste pot in mijn karretje. Die bevat 1,29 kg en ik dacht: daar moeten we even mee vooruit kunnen.
De volgende keer was een van de verpakkingen in de aanbieding (het spul komt ook in potten van 405 en 810 gram), zodat ik me gedwongen voelde wat beter naar de prijs te kijken.
Ik wist niet wat ik zag. Omgerekend naar 100 gram kostte de pot in de aanbieding altijd nog ruimschoots meer dan de kleinste pot.
In Nederland, en voor zover ik weet ook in de meeste andere landen op de wereld, geldt de wet: hoe meer je van iets koopt, hoe goedkoper het verhoudingsgewijs wordt.
Niet in Nieuw-Zeeland.
Hier denken ze: die meneer is geholpen doordat hij, bij de aanschaf van zo’n grote pot, maar één keer naar de winkel hoeft in plaats van drie keer, dus daar mag die meneer best wat meer voor betalen.
Ik wilde een keer twee tv-decoders aanschaffen, zodat we op de slaapkamer en in de woonkamer niet per se naar dezelfde zender hoefden te kijken. Er waren net een jaartje tv’s op de markt met ingebouwde decoder en ik had gezien dat het apparaat waar ik mijn zinnen op gezet had, niet langer werd gemaakt.
Ik ging naar de elektronicawinkel, waar ik me liet uitleggen dat ze nog twee van die ouwe decoders hadden liggen die gebruikt waren als showroommodel. Nieuw kostten ze 249 dollar per stuk. Ik zei: ‘Voor 300 dollar neem ik ze allebei mee.’
Achter het voorhoofd van de verkoper hoorde ik het knetteren en kraken. Hij pakte een bloknootje, schreef 249 en 249 onder elkaar op, kwam uit op 498 dollar en zei: ‘Maar dat is 200 dollar minder dan wat ze kosten.’
‘Je hoeft ze niet in te pakken,’ zei ik. ‘Ik neem ze zo mee, ik betaal contant. Het zijn showroommodellen hè, ze zien er nou niet echt als nieuw uit. Je raakt ze anders aan de straatstenen niet kwijt.’ Dat leek me niet bepaald een wilde gok, iedereen kocht intussen tv’s met ingebouwde decoder of keek naar Sky via de satelliet, waar weer een ander soort decoder voor nodig was.
Hij verzonk in gepeins. Opeens zei hij: ‘Nee. Dat kan ik niet doen.’
‘Voor hoeveel dan wel?’ vroeg ik. Het leven is geven en nemen. Begreep ik zo ook wel.
‘Voor 498 dollar,’ zei hij bedachtzaam. ‘Dat is wat ze kosten, hè.’
Ik dacht weer eens dat ik op een andere planeet was beland. ‘350?’ vroeg ik nog voor de vorm, maar ik wist al dat hij geen cent lager dan 498 zou gaan.
Hij keek een andere kant op. Hij wilde van me af, merkte ik. Ik was een lastig type. Bah.
Jazeker, de klant is hier koning, maar: tot de etalageruit. Daarachter bevindt zich het rijk van winkeliers, handelaren en uitbaters die vinden dat je het de koper niet te makkelijk moet maken. En als de klant jouw spullen niet wil kopen op jouw voorwaarden, dan tieft hij maar lekker op naar iemand anders.
Nog één voorbeeldje doen? Kijk naar het plaatje hieronder, een fragment uit het menu van een restaurant hier vlakbij. Afhaalpizza’s kosten 2 dollar meer (MEER! Niet minder, maar M E E R !) dan precies dezelfde pizza’s die je binnen opeet, met borden en bestek en bediening en verlichting en verwarming en alles.
‘Waarom is dat eigenlijk?’ vroeg ik een keer.
‘Nou,’ zei het meisje achter de kassa, ‘als iemand ze thuis wil opeten, dan doen we er een doosje omheen. Dat is allemaal extra werk, hè.’



